Europees recht

Primaire gemeenschapsrecht

Het primaire gemeenschapsrecht vormt het fundament van de Europese samenwerking: de 28 lidstaten van de Europese Unie leggen afspraken vast in EU- en EG-verdragen.

Secundaire gemeenschapsrecht

Het secundaire gemeenschapsrecht bestaat uit recht dat is afgeleid van de verdragen; de organen van de EU creëren zelf de regels en leggen deze vast in besluiten, verordeningen en richtlijnen. Daarnaast kan de EU ook internationale verdragen sluiten, bijvoorbeeld als twee lidstaten van de Europese Unie een akkoord sluiten met een niet-lid (ook wel ‘derde land’ genoemd).

Algemene rechtsbeginselen

Het laatste onderdeel van het Europees recht wordt gevormd door algemene rechtsbeginselen: de algemene opvattingen over recht en rechtvaardigheid. De rechtsbeginselen bestaan uit geschreven, maar ook uit ongeschreven regels. Hoewel het slechts ’beginselen’ zijn, vormen ze een belangrijke bron van Europees recht. Algemene rechtsbeginselen omvatten bijvoorbeeld het rechtszekerheidsbeginsel en het evenredigheidsbeginsel. Voorbeelden van beginselen gericht tot de EU-instellingen zijn het integratiebeginsel en het beginsel van goed bestuur. Ook de fundamentele rechten van de mens, vastgelegd in het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) vormen een rechtsbeginsel binnen de EU.

Als een verdragsregel of rechtshandeling niet duidelijk genoeg is, kan het Europese Hof van Justitie uitspraak doen. Hiervoor toetst het Hof de EU-wetgeving. Ze interpreteert de regels en past deze toe. Het Hof is bevoegd om bindende uitspraken te doen waar lidstaten gevolg aan dienen te geven.