De schuldeiser stuurt een eerste herinnering en bij in gebreke blijven volgt een aanmaning. Een tweede aanmaning heeft een dwingender karakter; hierin kan aangekondigd worden dat ook rente en buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn. Dit zijn de kosten die de schuldeiser moet maken om zijn vordering geïncasseerd te krijgen. Deze kosten komen dus bij de hoofdvordering voor rekening van de wanbetalende debiteur en bedraagt een percentage van de rekening, met een minimumbedrag van € 40.

Incassotraject

Bij het uitblijven van betaling kan een incassotraject in werking worden gesteld. Via een incassobureau ontvangt de wanbetaler een sommatiebrief, waarin hij, buitengerechtelijk, nogmaals gesommeerd wordt tot betaling over te gaan. Bij wet is geregeld dat de schuldenaar 14 dagen de tijd heeft om zonder verdere kosten de schuld te voldoen. Betaalt hij niet, dan volgt de gerechtelijke fase van het incassotraject. Het incassobureau schakelt dan, om tot dagvaarding over te gaan, een gerechtsdeurwaarder of een advocaat in.

Een debiteur die niet over de brug wil komen kan alleen tot betaling gedwongen worden door een gerechtelijk vonnis, een ‘executoriale titel’. Met dit vonnis kan beslag gelegd worden op een bankrekening of op (on)roerende goederen. Uiteindelijk kan een beslag leiden tot verkoop van de (on)roerende goederen van een debiteur of zelfs tot het aanvragen van het faillissement van de niet-betalende wederpartij. Voor dit laatste dient er meer dan één schuldeiser te zijn.

Betalingstermijn facturen

In de wet zijn betalingstermijnen tussen bedrijven en tussen bedrijven en overheid vastgelegd. Een factuur moet uiterlijk 30 dagen na de dag van ontvangst betaald worden. Een langere betaaltermijn is alleen mogelijk als beide partijen dit nadrukkelijk afspreken.